Experimentele therapieën

centraal zenuwstelsel 1930

Door het idee dat psychische stoornissen in het lichaam waren verankerd, gingen psychiaters experimenteren met behandelingen van het centrale zenuwstelsel. Hierbij werkten ze meestal rechtstreeks op het lichaam in met bijvoorbeeld.een lobotomie of elektroshocks.   

De psychiatrie was een zoekende wetenschap waarvan sommige beoefenaars gingen experimenteren.

In de  overtuiging dat psychische stoornissen in het lichaam verankerd liggen, hadden psychiaters in de eerste helft van de 20ste eeuw niet echt veel mogelijkheden om hun patiënten te behandelen. Maar de psychiatrie was een zoekende wetenschap en sommige beoefenaars gingen experimenteren met in de eerste plaats aandacht voor het centrale zenuwstelsel. Zij hoopten de waanzin die in het lichaam zat te genezen door er rechtstreeks op in te werken.

lobotomie illustratie lobotomie illustratie

De psychiaters waren erg vindingrijk. Toevallige observaties leidden hen vaak naar allerhande therapieën. Toen bleek dat onrustige geesteszieken meer handelbaar waren na een periode van hoge koorts. Ze kregen bloed van malarialijders ingespoten om zo kunstmatig koortsaanvallen op te wekken. De Oostenrijkse geneesheer dr. Sakel stelde in het interbellum vast dat schizofrene patiënten er na een coma minder erg aan toe waren. Hij diende hen insuline toe tot hun suikerspiegel zo laag was dat ze in coma vielen en probeerde zo op een kunstmatige manier dat positieve effect te bekomen. Dit was echter niet zonder gevaar: enkele patiënten stierven voordat de behandelingswijze werd stopgezet.

Ook de lobotomie, waarbij verbindingsbanen tussen de frontale lobben van de hersenen en de hersenstam doorgesneden worden, maakte slachtoffers. In de jaren 1940 en 1950 is deze behandeling vrij vaak toegepast om “de kringloop van ongezonde gedachten” bij de geesteszieken letterlijk en figuurlijk te verbreken. De bedenker Egaz Moniz (1874-1955) won er de Nobelprijs voor Geneeskunde mee. De resultaten bleken echter te onvoorspelbaar en de negatieve bijwerkingen te talrijk om deze behandelingsmethode verder te kunnen toepassen. Bepaalde therapieën raakten echter wel ingeburgerd. Reeds bij  het begin van de negentiende eeuw werd geprobeerd om de zenuwen met elektriciteit te bespelen. Toen in de jaren 1930 bleek dat depressies en symptomen van schizofrenie milderden na een reeks elektrische shocks werd de elektroshocktherapie populair. Het geloof in het nieuwe wondermiddel was zo groot dat de therapie massaal en soms zelfs willekeurig werd toegepast. In sommige instellingen gingen de dokters als het ware met het elektroshocktoestel van bed naar bed. Vandaag wordt deze therapie nog bij zeer zware vormen van depressie gebruikt, maar dan wel steeds onder verdoving.