Heilige Dymphna

patroonheiligen 1400

In de middeleeuwen werd krankzinnigheid onder meer bestreden door de verering van patroonheiligen. In Geel ging men op bedevaart naar het graf van Dymphna, de patroonheilige van de stad, maar ook de beschermheilige tegen krankzinnigheid.

Waanzin, een straf van God

Tijdens de middeleeuwen geloofden de meeste mensen dat geestesziekte een straf van God was voor zondig gedrag. De Kerk vertrok vanuit het Nieuwe Testament om geestesziekte te verklaren. Dat beschrijft de duivels als kinderen van Satan, de personificatie van het kwaad en dus niet door God gezonden. Ondanks de verschillende visies op de oorzaken van waanzin was men het er in de middeeeuwen  over eens dat een geesteszieke bezeten was door een van Satans handlangers.

Krankzinnigheid was bijgevolg het domein van de Kerk en artsen hadden allerminst de neiging om zich ermee te moeien. De Kerk had twee middelen tegen  geestesziekte: enerzijds wijdde ze priesters tot exorcist om de duivels uit te drijven, anderzijds konden de gelovigen patroonheiligen aanbidden om van de geestesaandoening te genezen. Welke heilige je concreet moest aanroepen, verschilde van streek tot streek. Zo werd Cornelius aanbeden in Ninove, Hermes in Ronse, Servatius in Maastricht en Dymphna in Geel.

Welke heilige je concreet moest aanroepen, verschilde van streek tot streek.

Dymphna was een Ierse prinses die vermoord werd door haar vader omdat ze weigerde om met hem te trouwen. De gelovige middeleeuwer zag in dergelijke gebeurtenissen de hand van de duivel die een bezetene gebruikte om zijn verderfelijke plannen tot uitvoer te brengen. Het is dus niet te verwonderen  dat men naar het graf van Dymphna in Geel op bedevaart ging om waanzin te genezen. Om de zieke bedevaarders op te vangen richtte de kerk er in de vijftiende eeuw een ziekenkamer in . Zo konden de zieken een tijdlang ter plaatse blijven om de voorgeschreven boete te doen. De bedevaarten behoren ondertussen tot de plaatselijke folklore, maar deze vorm van hagiotherapie heeft zich wel verder ontwikkeld tot een unieke, en nog steeds beoefende, vorm van gezinsverpleging.