Exorcisme en hekserij Bezeten door de duivel

Hekserij 1500 - 1600

Wie  vroeger bestempeld werd als behekst, wie zelf ‘het boze had opgeroepen of  ‘bezeten was door de duivel’, was in werkelijkheid vaak geestesziek. Toch werd hij of zij onderworpen aan exorcisme. Flagellum daemonum van Mengo, 'vader van het exorcisme', was het standaardwerk om behekste personen te leren herkennen en hen te helpen.

het boek van Mengo het boek van Mengo

In de middeleeuwen en de renaissance werd een onderscheid gemaakt tussen bezeten en behekste mensen. Bij beiden had de duivel zich in hun ziel genesteld, maar  de behekste had zelf actief het boze opgeroepen. Duiveluitdrijvingen en terechtstellingen waren de remedie tegen dergelijke volgelingen van het kwade.

Wie  samenspande met Satan, was echter in werkelijkheid vaak geestesziek. Onderzoekers leiden dit af uit bewaard gebleven getuigenissen en verslagen van heksenprocessen.. Er zou zelfs een verband zijn met perioden van voedselschaarste: bepaalde graanschimmels veroorzaakten vormen van waanzin die als hekserij konden aanzien worden. Ook de zogenaamde ‘heksenzalf’ bevat bestanddelen die onder andere het gevoel te kunnen vliegen en  seksuele uitspattingen opwekken.

Malleus Maleficarum, beter bekend als de ‘Heksenhamer’, was lang de handleiding voor al wie heksen opspoorde, martelde, berechtte en terechtstelde.

Exorcisten kwam men vaker met het minder bekende Flagellum daemonum, exorcismos terribiles, potentissimos, et efficaces (...) onder de arm tegen. Dit werk werd in 1587 geschreven door de Italiaanse Franciscaan Hieronymo Mengo, door velen gezien als de vader van het exorcisme. Aan de hand van zeven duiveluitdrijvingen legt hij uit hoe een bezetene kan worden herkend, welke zielen het meest vatbaar zijn voor de duivel en met welke hulpmiddelen een exorcist ten strijde moet trekken.

Heksenvervolgingen zijn de wereld nog niet uit. Onder meer in Zwart-Afrika komen ze nog vaak voor. Ook exorcisten zijn niet volledig werkloos geworden, hoewel de katholieke kerk er nu streng  op toeziet dat het effectief om  bezetenen en niet  om geesteszieken gaat.